Statuten

Statuten NERG, vastgesteld op 18 maart 1999
STATUTEN van het Nederlands Elektronica- en Radiogenootschap

NAAM, ZETEL, DUUR
Artikel 1
1. De vereniging, opgericht op negenentwintig mei negentienhonderd twintig onder de naam “Nederlandsch Radiogenootschap”, draagt thans de naam “Nederlands Elektronica- en Radiogenootschap”, afgekort “NERG”. Zij is gevestigd te Leidschendam. 2. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.

DOEL
Artikel 2
De vereniging stelt zich ten doel de kennis en het wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de elektronica, signaalbewerking, communicatie- en informatietechnologie te bevorderen, en de verbreiding en toepassing van die kennis te stimuleren.

MIDDELEN
Artikel 3
De vereniging tracht het in artikel 2 omschreven doel te bereiken door:
a. het doen houden van voordrachten op daartoe te beleggen themabijeenkomsten;
b. het organiseren van excursies;
c. het publiceren van technisch-wetenschappelijke artikelen, zowel in een door de vereniging uit te geven tijdschrift als op andere wijze;
d. het bevorderen en ondersteunen van conferenties in Nederland die hetzelfde of een verwant doel nastreven;
e. het onderhouden van betrekkingen en het zoeken van werkcontacten met personen en organisaties in het binnen- en buitenland die hetzelfde of een verwant doel nastreven;
f. het bevorderen van het post-universitair en post-HBO onderwijs op het in artikel 2 genoemde vakgebied door:
1. deelname aan de ontwikkeling van het desbetreffende beleid;
2. deelname aan de uitvoering van post-universitair en post-HBO onderwijsactiviteiten;
g. het bevorderen van het niet-universitaire onderwijs op het in artikel 2 genoemde vakgebied door:
1. deelname aan de ontwikkeling van leerplannen en exameneisenprogramma’s zowel voor de diverse niveaus van onderwijs als voor de daarmee samenhangende opleiding, her- en bijscholing van leraren;
2. deelname aan de uitvoering van examens met redacteuren van examenopgaven en met examinatoren voor schriftelijke, mondelinge en praktische examendelen;
3. toezicht op relevante opleidingen en examens door daartoe aan te stellen gecommitteerden;
4. instelling van diploma’s, of erkenning van diploma’s van andere op dit gebied werkzame organisaties;
5. al hetgeen verder dienstig wordt geacht;
h. het bevorderen en ondersteunen van studentenactiviteiten die hetzelfde of een verwant doel nastreven;
i. het zo nodig instellen van commissies, comités of secties;
j. het oprichten en ontbinden van rechtspersonen ter uitvoering van de in dit artikel hiervoor genoemde activiteiten;
k. het optreden als bestuurder van een andere rechtspersoon;
l. alle overige middelen.

LIDMAATSCHAP
Artikel 4
De vereniging kent gewone leden, ereleden en studentleden.

GEWONE LEDEN
Artikel 5
1. Gewone leden kunnen zijn:
a. zij die aan een Nederlandse universiteit met goed gevolg een doctoraal examen hebben afgelegd in een studierichting die verband houdt met het doel van de vereniging;
b. zij die aan een Nederlandse hogeschool met goed gevolg eindexamen hebben afgelegd in een studierichting die verband houdt met het doel van de vereniging, en gerechtigd zijn tot het voeren van de titel “ing.”;
c. zij wier kennis of ervaring naar het oordeel van het bestuur een vruchtbaar lidmaatschap mogelijk maakt.
2. Wie als lid wenst te worden toegelaten, dient daartoe een schriftelijk verzoek in bij het bestuur.
3. Over de toelating als lid beslist het bestuur.
4. Voor de toelating van kandidaatleden vallende in categorie c van lid 1 hierboven vraagt het bestuur advies van de ballotagecommissie als genoemd in artikel 19.
5. Ingeval een verzoek tot toelating als lid door het bestuur wordt afgewezen, kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten.
6. Het lidmaatschap is persoonlijk en mitsdien niet vatbaar voor overdracht of overgang.

ERELEDEN
Artikel 6
1. Ereleden zijn zij die daartoe op grond van buitengewone verdiensten voor de vereniging of het doel van de vereniging door een algemene vergadering als zodanig zijn benoemd.
2. Een voorstel tot het verkiezen van een erelid wordt gedaan hetzij door het bestuur, hetzij, met inachtneming van artikel 18, door ten minste tien stemgerechtigde leden.

STUDENTLEDEN
Artikel 7
1. Studentleden kunnen zijn studenten aan een Nederlandse universiteit in een studierichting die verband houdt met het doel van de vereniging en wier studie zo ver is gevorderd, dat een vruchtbaar lidmaatschap mogelijk is.
2. Artikel 5 lid 2, 3, 5 en 6 gelden op overeenkomstige wijze voor studentleden.
3. Een studentlid wordt een gewoon lid zodra voldaan wordt aan het eerste lid van artikel 5.
4. Een studentlid dat een examen zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid onder a, met goed gevolg heeft afgelegd, dient dit zo spoedig mogelijk schriftelijk te melden aan het bestuur.

EINDE LIDMAATSCHAP
Artikel 8
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door overlijden van het lid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging;
d. door ontzetting.
2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts schriftelijk geschieden uiterlijk een maand voor het einde van het boekjaar. De beëindiging gaat in op de laatste dag van dat boekjaar. Indien een opzegging niet tijdig heeft plaatsgehad, loopt het lidmaatschap door tot het einde van het volgende boekjaar. Onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap door opzegging is echter mogelijk, indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
3. Opzegging van het lidmaatschap door de vereniging kan eveneens slechts geschieden uiterlijk een maand voor het einde van een boekjaar. De opzegging geschiedt schriftelijk door het bestuur. Opzegging door de vereniging kan slechts plaatsvinden indien een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
4. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of wanneer een lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. De ontzetting geschiedt door het bestuur, dat het betrokken lid ten spoedigste van het besluit onder opgave van redenen in kennis stelt. De betrokkene is bevoegd binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving in beroep te gaan bij de algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. Het besluit van de algemene vergadering tot ontzetting zal moeten worden genomen met een meerderheid van ten minste tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen.

DONATEURS
Artikel 9
Donateurs kunnen zijn natuurlijke en rechtspersonen die door het bestuur als zodanig worden aanvaard.

GELDMIDDELEN
Artikel 10
1. De geldmiddelen van de vereniging ontstaan uit contributies, donaties, legaten, erfstellingen, declaraties en andere inkomsten.
2. Delen van de inkomsten en het vermogen van de vereniging kunnen door het bestuur, volgens nader in het huishoudelijk reglement vast te stellen regels, worden beheerd in afzonderlijke fondsen, bestemd voor bepaalde bijzondere activiteiten, voor een commissie, comité of sectie.
3. Gewone leden en studentleden zijn een jaarlijkse contributie verschuldigd. De bedragen worden vastgesteld door de algemene vergadering.
4. Ereleden zijn vrijgesteld van contributie.
5. Het bestuur kan, volgens bij huishoudelijk reglement vast te stellen regels, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van contributie verlenen.
6. Donateurs betalen jaarlijks een donatie. Het minimum bedrag van deze donatie wordt bij huishoudelijk reglement geregeld.

BESTUUR
Artikel 11
1. Het bestuur bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste elf leden, waaronder een voorzitter, een vice-voorzitter, een secretaris en een penningmeester.
2. De bestuursleden worden door de algemene vergadering uit de leden van de vereniging benoemd.
3. De wijze van verkiezing en van verdeling van taken wordt in het huishoudelijk reglement nader omschreven.
4. Bestuursleden kunnen te allen tijde onder opgaaf van redenen door de algemene vergadering worden geschorst en ontslagen. Over schorsing of ontslag besluit de algemene vergadering met een meerderheid van ten minste tweederde van de uitgebrachte stemmen.
5. Indien ingeval van schorsing van een bestuurslid de algemene vergadering niet binnen drie maanden daarna tot zijn ontslag heeft besloten, eindigt de schorsing. Het geschorste bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de algemene vergadering te verantwoorden en kan zich daarin door een raadsman doen bijstaan.
6. Jaarlijks treedt bij toerbeurt, volgens een door het bestuur op te maken rooster, een deel der bestuursleden af en wel het ene jaar de kleinst mogelijke meerderheid en het volgend jaar de grootst mogelijke minderheid, en zo vervolgens.
7. Een bestuurslid is bij aftreden terstond herkiesbaar echter met dien verstande, dat de totale zittingsduur niet meer dan zes achtereenvolgende jaren bedraagt.
8. Een niet-voltallig bestuur blijft bestuursbevoegd. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht binnen drie maanden een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.

BESTUURSTAAK, VERTEGENWOORDIGING
Artikel 12
1. Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene ledenvergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen en tot het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk mede-schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
3. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene ledenvergadering voor besluiten tot:
a. het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen boven een waarde van vijftien procent van het verenigingsvermogen zoals blijkend uit de laatst vastgestelde rekening en verantwoording;
b. het huren, verhuren, of op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen of geven van onroerende goederen;
c. het aangaan van overeenkomsten waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend;
d. het ter leen verstrekken van gelden en het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet begrepen is het gebruik maken van een aan de vereniging verleend bankkrediet;
e. het aangaan van dadingen boven een waarde van vijf procent van het verenigingsvermogen zoals blijkend uit de laatst vastgestelde rekening en verantwoording;
f. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, maar met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden;
g. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten boven een waarde van vijftien procent van het verenigingsvermogen zoals blijkend uit de laatst vastgestelde rekening en verantwoording.
4. In tegenstelling tot wat in lid 2 en lid 3 van dit artikel is bepaald, heeft het bestuur geen voorafgaande goedkeuring van de algemene ledenvergadering nodig voor het aangaan van verplichtingen ten laste van een ingevolge artikel 10 lid 2 gevormd fonds.
5. Het bestuur is bevoegd tot vertegenwoordiging van de vereniging.
6. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden, te weten de voorzitter of de vice-voorzitter, en de secretaris of de penningmeester.

JAARVERSLAG, REKENING EN VERANTWOORDING
Artikel 13
1. Het verenigingsjaar is gelijk aan het boekjaar en valt samen met het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
3. Het bestuur brengt op de in artikel 14 lid 2 genoemde jaarvergadering, behoudens uitstel verleend door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit over de gang van zaken binnen de vereniging en over het gevoerde beleid. Het legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting ter goedkeuring aan de vergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders; ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner dan wordt daarvan onder opgaaf van redenen melding gemaakt.
4. Het bestuur is verplicht de in lid 2 en 3 bedoelde bescheiden tien jaar lang te bewaren.

ALGEMENE VERGADERINGEN
Artikel 14
1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen.
2. Jaarlijks belegt het bestuur vóór de vijftiende april een algemene vergadering de jaarvergadering – waarin onder meer het volgende aan de orde komt:
a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 13 lid 3, alsmede het verslag van de in artikel 20 bedoelde kascommissie;
b. een jaarplan en begroting van de inkomsten en uitgaven voor het lopende boekjaar;
c. de benoeming van de in artikel 20 bedoelde kascommissie voor het volgende verenigingsjaar;
d. voorziening in vacatures;
e. voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.
4. De bijeenroeping der algemene vergadering geschiedt door schriftelijke mededeling aan de leden op een termijn van ten minste veertien dagen.
5. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van ten minste tien stemgerechtigde leden verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken na indiening van het verzoek. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door schriftelijke oproeping of door het plaatsen van een advertentie in een veel gelezen dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de vergadering en met het opstellen van de notulen.

THEMABIJEENKOMSTEN EN EXCURSIES
Artikel 15
Themabijeenkomsten en excursies zijn de in artikel 3 onder a. en b. bedoelde activiteiten. Zij worden georganiseerd door het bestuur, al of niet in samenwerking met andere organisaties.

TOEGANG TOT VERGADERINGEN, THEMABIJEENKOMSTEN EN EXCURSIES
Artikel 16
1. Ereleden, gewone leden en studentleden hebben toegang tot de algemene vergadering, alsook tot de themabijeenkomsten en excursies.
2. Indien een donateur een natuurlijk persoon is, heeft hij het recht themabijeenkomsten en excursies bij te wonen.
3. Indien een donateur een rechtspersoon is, is hij gerechtigd zoveel vertegenwoordigers naar een themabijeenkomst of excursie af te vaardigen als het aantal malen dat de minimum-donatie begrepen is in zijn jaarlijkse bijdrage aan de vereniging.

STEMMEN EN STEMRECHT
Artikel 17
1. Tenzij in deze statuten anders is bepaald, worden door de algemene vergadering besluiten genomen bij gewone meerderheid van stemmen.
2. De wijze van stemmen wordt bij huishoudelijk reglement geregeld. 3. De ereleden en gewone leden zijn stemgerechtigd en brengen elk één stem uit.
4. Onder “stemgerechtigde leden” wordt in de statuten en in het huishoudelijk reglement verstaan de ereleden en gewone leden die niet krachtens het vierde lid van artikel 8 zijn geschorst.

VOORSTELLEN, BEROEP
Artikel 18
1. Een voorstel ter behandeling op een algemene ledenvergadering dat niet uitgaat van het bestuur, dan wel een ingevolge het vijfde lid van artikel 5 of het vierde lid van artikel 8 ingesteld beroep, dient schriftelijk ter kennis van het bestuur te worden gebracht.
2. Indien een zodanig voorstel of beroepschrift ten minste veertien dagen voor de verzending van de oproepen tot een algemene vergadering door het bestuur wordt ontvangen, wordt het op deze vergadering behandeld.
3. Een nadien ontvangen voorstel of beroepschrift wordt behandeld op de daaraanvolgende algemene vergadering.
4. Van een voorstel of beroepschrift als bedoeld in dit artikel wordt door het bestuur uiterlijk gelijktijdig met de oproep tot de vergadering waarop het zal worden behandeld, aan de stemgerechtigde leden mededeling gedaan.

BALLOTAGECOMMISSIE
Artikel 19
1. De ballotagecommissie adviseert het bestuur omtrent de toelating van aspirantleden vallende in categorie c van artikel 5 lid 1.
2. De leden van de ballotagecommissie worden door de algemene vergadering uit de leden gekozen.
3. Bestuursleden van de vereniging kunnen geen lid zijn van de ballotagecommissie.
4. De werkwijze van de ballotagecommissie en de zittingsduur van de leden ervan worden nader geregeld in het huishoudelijk reglement.

KASCOMMISSIE
Artikel 20
1. Jaarlijks benoemt de algemene vergadering uit de leden een kascommissie van ten minste twee personen die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. Deze commissie onderzoekt de stukken bedoeld in de tweede zin van artikel 13 lid 3, en brengt aan de jaarlijkse algemene vergadering verslag uit van haar bevindingen.
2. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven. Vereist het onderzoek van de kascommissie bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan deze commissie zich door een deskundige doen bijstaan.
3. De last van de kascommissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere kascommissie.
4. De werkwijze van de kascommissie en de zittingsduur van de leden ervan worden nader geregeld in het huishoudelijk reglement.

VASTE BESTUURSCOMMISSIES
Artikel 21
1. De algemene vergadering kan besluiten tot het instellen of opheffen van vaste bestuurscommissies.
2. De voorzitters van deze bestuurscommissies zijn in beginsel bestuurslid.
3. De leden van deze commissies worden door het bestuur benoemd en ontslagen.
4. Taak, samenstelling en werkwijze van deze commissies worden nader geregeld in het huishoudelijk reglement.
5. De commissies leggen ten minste jaarlijks, uiterlijk een maand voor de jaarlijkse algemene ledenvergadering, verantwoording af aan het bestuur.

AD HOC BESTUURSCOMMISSIES
Artikel 22
1. Naast de in artikel 21 genoemde vaste bestuurscommissies kan het bestuur ad hoc commissies instellen of opheffen.
2. Het bestuur beschrijft de taak van deze commissies en benoemt de leden ervan.
3. De commissies leggen ten minste jaarlijks, uiterlijk een maand voor de jaarlijkse algemene ledenvergadering, verantwoording af aan het bestuur.
4. Indien een ad hoc bestuurscommissie langer bestaat dan drie jaar, dient de commissie hetzij te worden opgeheven, hetzij omgezet te worden in een vaste bestuurscommissie. In het laatste geval dient het huishoudelijk reglement overeenkomstig te worden aangepast.

LEDEN VAN BESTUURSCOMMISSIES
Artikel 23
Tot lid van de in de artikelen 21 en 22 bedoelde commissies kunnen in beginsel slechts leden van de vereniging worden benoemd of gekozen. In ieder geval moeten deze commissies in meerderheid uit leden van de vereniging bestaan.

SECTIES
Artikel 24
1. De algemene vergadering kan besluiten tot het instellen of opheffen van secties.
2. Secties zijn onderafdelingen van de vereniging die bestaan uit leden die:
a. hetzij in een bepaald gebied wonen,
b. hetzij in een bepaald kenniscentrum werkzaam zijn,
c. hetzij in het bijzonder belangstelling hebben voor een bepaald onderdeel van het in artikel 2 omschreven doel,
d. hetzij tot de categorie studentleden behoren.
3. De secties leggen ten minste jaarlijks, uiterlijk een maand voor de jaarlijkse algemene ledenvergadering, verantwoording af aan het bestuur. 4. Taak, samenstelling en werkwijze van secties worden bij huishoudelijk reglement geregeld.

COMITÉS
Artikel 25
1. De algemene vergadering kan besluiten tot het instellen of opheffen van comités.
2. Een comité heeft als opdracht het contact te onderhouden met een nationale of internationale organisatie met een aan de vereniging verwante wetenschappelijke doelstelling.
3. De leden van deze comités worden door het bestuur benoemd en ontslagen.
4. De comités leggen ten minste jaarlijks, uiterlijk een maand voor de jaarlijkse algemene ledenvergadering, verantwoording af aan het bestuur.
5. Taak, samenstelling en werkwijze van deze comités worden bij huishoudelijk reglement geregeld.

STATUTENWIJZIGING
Artikel 26
1. Wijziging van de statuten kan slechts plaatsvinden door een besluit van een algemene vergadering met een meerderheid van ten minste tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen.
2. Een voorstel tot wijziging van de statuten wordt gedaan hetzij door het bestuur, hetzij met inachtneming van artikel 18, door ten minste tien stemgerechtigde leden.
3. Een zodanig voorstel kan slechts in behandeling worden genomen, indien de inhoud van de voorgestelde wijzigingen uiterlijk met de oproep tot deze vergadering ter kennis van de leden is gebracht.
4. De statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.
5. Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de akte van statutenwijziging en een volledige doorlopende tekst van de statuten, zoals deze na de wijziging luidt, neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel en Fabrieken gehouden verenigingenregister.

ONTBINDING EN VEREFFENING
Artikel 27
1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene ledenvergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van artikel 26 is van overeenkomstige toepassing.
2. Tenzij de algemene vergadering anders besluit, geschiedt de vereffening door het bestuur.
3. Het batig saldo na vereffening vervalt aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding gewoon lid van de vereniging waren. Ieder hunner ontvangt een gelijk deel. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.
4. De vereniging houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De vereffenaars doen hiervan opgaaf aan de registers waar de vereniging is ingeschreven.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Artikel 28
1. De algemene vergadering stelt een huishoudelijk reglement vast, waarin de organisatie en de werkwijze van de vereniging nader worden geregeld.
2. Het huishoudelijk reglement mag geen bepalingen bevatten in strijd met de wet of met deze statuten.
3. Op de besluiten tot vaststelling tot wijziging van het huishoudelijk reglement is het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van artikel 26 van overeenkomstige toepassing.

Aldus vastgesteld in de algemene vergadering gehouden op 18 maart 1999 en vastgelegd in een notariële akte d.d. 26 mei 1999
Prof. dr. ir. W.C. van Etten, voorzitter Ir. O.B.P. Rikkert de Koe, penningmeester Mr. B. Bokdam, notaris te Soest.