Geschiedenis

Summary Seventy-five years ago, on the 29th of May 1920, the ‘Nederlands Radiogenootschap’ (N.R.G.) was founded as a scientific association, with as dedication the promotion of science and technology in the domain of radio and related fields. The initiative was taken by three gentlemen. At the end of 1920 the N.R.G. counted 42 members. As to understand the motivation of the initiators and the first members, a retrospective sketch is presented of the circumstances in which the establishment of the N.R.G. was embedded. An introspective view of the profile of the NERG is presented and a description of the way the association serves its members.

75 JAAR NERG: TOEN, NU EN STRAKS
Prof. Ir. J.H. Geels, voorzitter NERG

HET N.R.G. VAN TOEN

Terug naar de wortels
Herdenken gebeurt momenteel alle dagen. Het is immers vijftig jaar geleden dat ons land en de overzeese gebiedsdelen volledig werden bevrijd van hun bezetters. Het jaar 1945 werd een keerpunt in de geschiedenis: de tweede wereldoorlog was afgelopen en de wederopbouw kon beginnen. In de terugblikkende media kon men hiervan dezer dagen kennisnemen. Wie het zelf heeft meegemaakt, herinnert zich nog levendig de voorbeeldige bereidheid van vrijwel alle burgers om in het begin van de naoorlogse periode gezamenlijk de schouders te zetten onder het herstel van de maatschappij en de infrastructuur van ons land. Synergie noemen we dat tegenwoordig. Later nam de entropie uiteraard weer toe.

Alhoewel ons land in de eerste wereldoorlog neutraal kon blijven en dus niet echt bij de oorlogsvoering was betrokken, was deze toch van invloed op het dagelijks leven van de burgers. Krachten werden gebundeld om de moeilijkheden het hoofd te bieden. Voor me ligt een stapel jubileumboeken en -uitgaven, die getuigen van het gunstig aspect voor de oprichting van organisaties in die tijd. De huidige generatie kan zich indenken dat ook de in 1918 begonnen naoorlogse periode werd gekenmerkt door de sterke wens om nieuwe mogelijkheden en kansen te benutten voor het inrichten van de samenleving.

Op 29 mei 1920 werd in die sfeer het ‘Nederlands Radio Genootschap’ (N.R.G.) opgericht met als doel de radiowetenschap in Nederland en de Overzeese Gebiedsdelen te bevorderen. Onder ‘radio-wetenschap’ werd verstaan: de zuivere en toegepaste wetenschap van het gebied, dat al of niet rechtstreeks met radiotechniek verband houdt.

Wat ging daaraan vooraf? Om de motivatie van de oprichters en de eerste leden te begrijpen, kan een beknopte schets van de vroege geschiedenis ) van de radiotelegrafie en elektronica als historische inbedding van de oprichting van het N.R.G. behulpzaam zijn.

De vroege radiogeschiedenis

In 1840 wist Joseph Henry in de Verenigde Staten hoogfrequent trillingen op te wekken, die op enige afstand zonder het gebruik van draad konden worden gedetecteerd.

In 1872 werd in de Verenigde Staten het eerste octrooi op het gebied van draadloze telegrafie verleend aan M. Loomis.

In 1873 kwam Maxwell met zijn beroem¬de mathematische theorie waarmee de elektromagnetische straling kon worden voorspeld, die Henry tevoren al empirisch had aangetoond. In 1887 verifieerde Hertz met zijn experimenten de theorie van Maxwell.

In 1875 maakte E. Thomson in de Verenigde Staten de eerste radioapparaten, dus nog voor Hertz en Marconi.

In 1891 werd in de Verenigde Staten het eerste radio-octrooi verleend aan Edison.

Tijdens een voordracht voor de Royal Society ter nagedachtenis van Hertz demonstreerde Sir Oliver Lodge in 1894 een draadloze zender en ontvanger. Deze lezing trok alom de aandacht en stimuleerde veel onderzoekers in andere landen. Daaronder waren ook Marconi in Italië en Popov in Rusland, die elk van verschillende zijde als de ‘uitvinder van de radio’ ) worden aangemerkt. In 1898 introduceerde Lodge een afsteminrichting voor draadloze telegrafie.

Tussen 1885 en 1892 ontwikkelde Edouard Branly in Frankrijk een metaalpoederdetector (coherer), die was gebaseerd op het reeds door Munk in 1835 ontdekte verschijnsel van samenkleving bij hoogfrequent stroomdoorgang.

In 1895 gebruikte Popov de metaalpoederdetector om onweersontladingen te registreren en hij inspireerde anderen om deze te gebruiken voor draadloze telegrafie.

Marconi begon zijn befaamde experimenten in 1895. In 1896 ontving hij zijn eerste Britse en Amerikaanse octrooien voor draadloze telegrafie. Nadat hij had aangetoond dat hij kon zenden en ontvangen over een afstand van een mijl, ging hij naar Engeland en vestigde daar in 1897 de ‘Wireless Telegraph and Signal Company’. Gebruikmakende van straalzenders met parabolische spiegels maakte Marconi in 1897 verbinding over 7 km in de haven van Brescia en later over 15 km over het Kanaal van Bristol. In 1898 ging hij over tot rondstralende antennes, waarmee hij verbinding maakte over 14 mijl op het eiland Wight.
In 1899 zond Marconi als eerste boodschappen van Folkstone over Het Kanaal naar Boulogne (32 mijl) en in 1901 over de Atlantische Oceaan tussen Poldhu (Engeland) en Saint Johns (Newfoundland).

In 1898 introduceerde Braun in Duitsland verbeterde koppelkringen, waarmee nauwkeuriger afstemming werd verkregen en interferentie tussen stations werd vermeden. In 1901 kwam hij met de kristaldetector. Braun’s werk werd van zo’n groot belang geacht, dat hij de hem toegekende Nobelprijs voor Natuurkunde gelijk moest delen met Marconi.

In 1900 ontwikkelde Slaby een afsteminrichting voor draadloze telegrafie.

In 1906 verbeterde Wien door vonkdoving het rendement van de vonkzender.

Rond 1907 lukte het Poulsen om met een boogzender hoogfrequente golven op te wekken.

In 1916 ontwikkelde Alexanderson een meervoudig afgestemde antenne.

In 1919 onderging de radio een revolutie door de zendbuis van Alexanderson.

In 1919 stelde H.H.S.D. Steringa Idzerda in Den Haag als eerste in Europa een omroepzender in dienst.

De vroege elektronicageschiedenis

In 1906 construeerde Alexanderson met magneetkernen voor frequentievermenigvuldiging de eerste van zijn hoogfrequentoscillatoren (een soort parametrische versterker), die een flinke stap vooruit betekenden in de radiotechniek. Ongeveer gelijktijdig waren in Duitsland Goldschmidt en von Arco daarmee bezig.

In 1906 waren ook de elektronenbuizen in opkomst: Lee de Forest en von Lieben vonden hun versterkerbuizen uit. Lee de Forest kreeg in 1907 octrooi op zijn versterkerbuis waarin een rooster tussen de kathode en anode is geplaatst (nog niet ‘triode’, doch ‘audion’ genoemd).

Het audion vond al spoedig ruime toepassing als detector in de radiotelegrafie. Voor die tijd waren als detectiemethoden gebruikt: – de metaalpoederdetector van Branly (1892);
– de door R.A. Fessenden in 1902 ontwikkelde elektrolytische detector;
– de door Braun in 1901 ontwikkelde kristaldetector;
– de door Sir John A. Fleming op het Edison-effect in 1904 uitgevonden gebaseerde vacuumbuis-detector.

In 1909 vond L.H. Baekeland in België het bakeliet uit dat meteen werd toegepast bij de productie van elektronische componenten.

In 1911 ontwikkelde O. von Bronk een hoogfrequentversterker.

In 1913 gebruikte A. Meissner in Duitsland het audion als generator van elektrische trillingen met teruggekoppelde elektronenbuizen.

In 1913 introduceerde E.H. Armstrong een zendbuis met drie elektroden, waarmee de radio-omroep mogelijk werd.

In 1915 kwam de hoogspanningsgelijkrichterbuis van I. Dushman, bekend als genetron, beschikbaar.

In 1916 werd door Armstrong voor ontvangtoestellen de superheterodyneschakeling ontworpen.

De oprichting van het N.R.G.

Uit het voorgaande blijkt dat in de eerste decennia van deze eeuw grote vooruitgang was geboekt bij de ontwikkeling van de radio en elektronica. Rond 1920 maakte de stand van de techniek de doorbraak mogelijk van allerlei toepassingen van de radiotelegrafie en de radio-omroep. Deze spraken tot de verbeelding en bezaten veel aantrekkingskracht.

Het initiatief tot oprichting ) van het Nederlands Radiogenootschap werd in 1920 genomen door de heren A. Dubois, Dr. Balth. van der Pol en Ir. P.J.H.A. Nordlohne. Zij zagen dat inmiddels een vrij groot aantal ingenieurs en fysici bezig waren met het onderzoek en de praktijk van de radiotelegrafie. Zij meenden derhalve dat een vereniging met als doel de wetenschappelijke beoefening der radiotechniek reden van bestaan had. In een circulaire vroegen ze steun voor dit idee bij degenen die de radiotelegrafie als dagelijks werk beoefenden en bij een aantal hoogleraren van de Technische Hogeschool en de Universiteiten.

Het idee sloeg aan. Tijdens een vergadering op 29 mei 1920 in de Industriële Club te Amsterdam werd besloten tot oprichting van het Nederlands Radiogenootschap. We kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe plechtig dat is verlopen, denkend aan de door deftigheid gekenmerkte tijdgeest en de bij notabelen passende donkere gestreepte driedelige kostuums en overhemden met gesteven manchetten en losse, liggende of staande boorden. De drie initiatiefnemers werden gekozen in het eerste, vijf leden tellende bestuur.

Eind 1920 waren er 42 leden en 3 donateurs. Reeds in het eerste jaar werd besloten tot het uitgeven van het Tijdschrift met het bestuurslid H. Wesselius als redacteur. Spoedig volgde de aansluiting van ons land bij de Union Radio Scientific Internationale (URSI), die ook in 1920 werd opgericht.

De eerste voorzitter was prof.dr.jhr. G.J. Elias van 1920 tot 1927, die met zijn kennis en bekwaamheid de richting van de werkzaamheden van ons genootschap in hoge mate bepaalde. Dr. Balth. van der Pol, de eerste vice-voorzitter, werd de tweede voorzitter van 1927 tot 1931. Hij werd in de jaren van economische crisis opgevolgd door prof.ir. C.L. van der Bilt. Ir. A. Dubois werd in 1940 de voorzitter van het bestuur dat ons genootschap beleidvol met sterk verminderde activiteit door de moeilijke oorlogsjaren heeft moeten voeren.

Van begin af aan stonden de voordrachten en publicaties op een wetenschappelijk zeer hoog peil. Reeds in de oude jaargangen van Het Tijdschrift staan artikelen die internationaal als belangrijke bijdragen tot de radiotechniek zijn erkend. Het N.R.G. maakte zijn doelstelling waar en ontwikkelde zich tot een vereniging met prestige in de wetenschappelijke wereld.

Tenslotte dient nog te worden vermeld dat het werkterrein van ons genootschap in de loop der tijd breder werd, vooral als gevolg van de steeds ruimere toepassingsmogelijkheden van de elektronica bij de overdracht van signalen en de behandeling van informatie, alsook de besturing en automatisering van deze processen. De behoefte werd gevoeld om dit in de naam van ons genootschap tot uitdrukking te brengen. In 1961 besloot de algemene vergadering daarom de naam te wijzigen in ‘Nederlands Elektronica- en Radiogenootschap’ ).

HET NERG VAN NU

Het huidige profiel

Ons genootschap presenteert zich nu als een wetenschappelijke vereniging, gericht op de elektronica en de transmissie en verwerking van informatie. De opdracht is nog steeds: het bevorderen van het wetenschappelijk onderzoek op deze gebieden en het stimuleren van de verbreiding en toepassing van de verworven kennis.

Bevorderen en stimuleren zijn werkwoorden, die door het bestuur in samenspraak met de leden moeten worden vertaald in activiteiten. De beproefde middelen daarvoor zijn nog onveranderd: enerzijds de eigen werkvergaderingen, excursies en publicaties en anderzijds het deelnemen in of scheppen van voorwaarden voor activiteiten van andere organisaties of personen.

De werkvergaderingen
In de afgelopen jaren organiseerde het NERG jaarlijks een tiental werkvergaderingen, een aantal daarvan in samenwerking met andere wetenschappelijke en professionele organisaties (zoals de Benelux-sectie van IEEE). Deze kunnen een hele dag, middag of avond duren en worden verspreid over het land gehouden. Ze bestaan voornamelijk uit voordrachten, waarbij demonstraties en excursies kunnen voorkomen. Een werkvergadering is als regel gewijd aan een specifiek onderwerp dat voldoende aanleiding geeft om onder de aandacht van de leden te worden gebracht. Dit kan o.m. de rapportering van de resultaten van een wetenschappelijk onderzoek zijn of de presentatie van een voorgenomen of lopend onderzoeksproject. Maar ook toepassingsaspecten, zoals een fabricageproces, een bijzondere installatie of implementatie, de introductie in de markt van een innoverend systeem, enz. kunnen een goede aanleiding vormen.

Zoals gebruikelijk gebeurt dit vooral door voordrachten met een bij het thema passend abstractiestratum of door inleidingen met een goed ‘tutorial’ niveau. De totstandbrenging van een programma met jaarlijks tien à twaalf evenementen van hoge kwaliteit vormt de grootste uitdaging.

De leden bezoeken de werkvergaderingen met sterk verschillende instelling en verwachting. Het is voor het bestuur een uitdaging om het schijnbaar onverenigbare te verenigen en ieder tevreden te stellen. Toch blijkt dit beter mogelijk te zijn dan het lijkt. Wie werkzaam is op het gebied van het onderwerp, komt om zijn kennis en inzicht door luisteren en discussie te toetsen of verdiepen en wil vaak ook persoonlijke contacten maken. Anderen komen om kennis te nemen van de onderzoeksvragen die buiten hun aandachtsgebied spelen en om te leren van de daarbij gebruikte methoden en gevonden oplossingen, hetwelk voor hun eigen werk inspirerend kan zijn. Weer anderen zijn de postactieven die de werkvergaderingen aangrijpen als middel om globaal op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen in het vakgebied en als een goede gelegenheid om hun oude collega’s te blijven ontmoeten. De junioren – dat zijn de in hun studie gevorderde studenten en de jonge ingenieurs die voor voortgezette studie of onderzoek aan de universiteit verbonden blijven – hebben hun eigen verwachtingspatroon, hetgeen het wenselijk maakt om van tijd tot tijd speciaal op hen gerichte werkvergaderingen te organiseren.

Voor de werkvergaderingen wordt dankbaar gebruikt gemaakt van beschikbare ruimte, die als regel welwillend door gastvrije universiteiten, laboratoria en bedrijven in het belang van de wetenschappelijke cultuur in ons vakgebied wordt aangeboden.

Het Tijdschrift van het NERG

Vanaf de oprichting heeft ons genootschap een tijdschrift uitgegeven. In de afgelopen jaren zijn er vijf afleveringen per jaar verschenen, met als laatste nummer van de jaargang een compilatie van de in ons vakgebied bij de technische universiteiten verdedigde proefschriften. Om de kosten laag te houden is de uitvoering eenvoudig.

De inhoud bestaat voor het merendeel uit artikelen naar aanleiding van de voordrachten op werkvergaderingen en excursies. Ook door leden en anderen spontaan aangeboden artikelen van goed niveau zijn welkom.

Onderwijs

Het NERG stimuleert het academische en postacademische onderwijs op zijn vakgebied en neemt daartoe deel aan overleg tussen de Technische Universiteiten.

De Onderwijscommissie van het NERG draagt momenteel bij aan de totstandkoming en het kwaliteitsbeheer van nieuwe middelbare beroepsopleidingen op gebieden zoals telematica en informatietechniek.

Het NERG heeft ook een rijke onderwijstraditie in het beroepsonderwijs. In de tijd dat de overheid zich nog niet belastte met de zorg voor onderwijs op het gebied van radio en elektronica, heeft ons genootschap – indien daartoe uitgenodigd – toezicht uitgeoefend op een aantal particuliere opleidingen. Zodoende kon in beleidsmatige zin een directe invloed uitgeoefend worden op de inhoud van de cursussen. Met het gesubsidieerde onderwijs ging het sinds de zeventiger jaren beter, waardoor de behoefte aan particuliere opleidingen inmiddels grotendeels is verdwenen. Bij enkele overgebleven instituten levert de Onderwijscommissie van het NERG nog steeds gecommitteerden voor toezicht op de examens.

In 1937 begon het N.R.G. examens af te nemen voor het eigen diploma van radio (later elektronica) monteur en technicus. Ons genootschap heeft met deze omvangrijke taak duidelijk richting kunnen geven aan de opleiding van goed geschoold personeel in ons land en heeft zodoende een wezenlijke bijdrage geleverd aan de ontplooiing van de sterk groeiende elektronische industrie. Naarmate het gesubsidieerd onderwijs beter werd, daalde uiteraard de belangstelling voor de NERG-diploma’s. De afnemende examenactiviteiten zijn rond 1980 overgedragen aan de Vereniging Elektrotechnisch Vakonderwijs (VEV) te Nijkerk.

Tezamen met de V.E.V. had het N.R.G. in 1957 de Stichting tot Verbetering van het Vakonderwijs op het gebied van de Elektronica in Nederland (S.V.E.N.) opgericht. Het rapport van het eerste SVEN-onderzoek over de toestand van het elektronicaonderwijs, gericht aan de Minister van Onderwijs en gepubliceerd in brede kring, trok heel wat belangstelling en maakte veel los. Uit giften van het bedrijfsleven en de overheid werd een fonds gevormd, waarmee de nodige apparatuur voor de opleidingen werd aangeschaft. Met deskundig advies en met beschikbaarstelling van materiële middelen werd op doelmatige wijze en met bevredigend resultaat het particuliere en gesubsidieerde onderwijs gesteund.

In latere jaren heeft de SVEN veel bijgedragen aan onderwijsvernieuwing door te rapporteren en (ongevraagd) te adviseren over de kloof tussen de actuele inhoud van het beroepsonderwijs op het gebied van de elektronica en de in de praktijk gestelde redelijke eisen van vakbekwaamheid qua kennis en vaardigheden.

Sinds enkele jaren zijn er wettelijk voorgeschreven commissies ingesteld voor het overleg tussen het onderwijsveld en het bedrijfsleven (COB’s). Daarvan wordt veel heil verwacht voor de voortdurende afstemming en vernieuwing van de inhoud van het beroepsonderwijs.

De SVEN zag door de nieuwe adviesstructuur haar rol als adviseur op beleidsgebied uitgespeeld. Er bleef nog slechts ruimte over voor incidentele stimulerende acties van bescheiden omvang. Derhalve wijzigde de SVEN in overleg met de VEV en het NERG in 1992 de statuten, waardoor het bestuur van het fonds werd ondergebracht bij ons genootschap met de opdracht het te beheren overeenkomstig de SVEN-doelstellingen, hetgeen door het NERG werd aanvaard.

Financiële ondersteuning

Ons genootschap beheert een fonds ‘Bijzondere Activiteiten’ waarmee financiële ondersteuning kan worden geboden aan allerlei, in de doelstellingen van het NERG passende activiteiten. Zo zijn er subsidies en garantievoorschotten verstrekt voor symposia en conferenties in Nederland. Ons genootschap loopt daarbij het risico zijn garantievoorschot geheel of ten dele te verliezen, doch heeft daartegenover ook recht op een eerlijk aandeel in een eventueel gunstig financieel resultaat. Deze bijzondere baten dienen als reserve voor tegenvallers, ter bekostiging van meer dienstverlening aan de leden en als bron voor de financiële ondersteuning van studenten.

De elektro-technische studieverenigingen van de Technische Universiteiten ontvangen regelmatig subsidies voor jaarboeken en studiereizen.

Studenten (1e en 2e fase) kunnen van de penningmeester een tegemoetkoming ontvangen in de kosten van het bezoek van onze werkvergaderingen.

Lidmaatschap

In de statuten is bepaald dat het gewone lidmaatschap van het NERG open staat voor academici en anderen wier kennis en ervaring een vruchtbaar lidmaatschap mogelijk maken. Het NERG kan ook het erelidmaatschap verlenen op grond van buitengewone verdiensten voor ons genootschap of voor het doel daarvan. Er zijn thans nog negen ereleden in leven.

Het juniorlidmaatschap staat open voor studenten (en jonge ingenieurs die een 2e fase studie volgen) aan een Nederlandse instelling van wetenschappelijk onderwijs in een studierichting die verband houdt met het vakgebied van het NERG en wier studie zo ver is gevorderd dat een vruchtbaar lidmaatschap mogelijk is. Zodra een juniorlid is afgestudeerd wordt hij/zij automatisch gewoon lid.

Het NERG heeft thans ruim 800 leden en kan zich verheugen in een gestaag groeiend ledental, een noodzakelijke voorwaarde voor het voortbestaan. Het jaarlijks ledenverlies duidt op een vernieuwing van het ledenbestand van ongeveer eens per dertig jaar. De verbondenheid van de leden met ons genootschap blijkt dus uit hun trouw.

Het lidmaatschap biedt belangrijke voordelen. De leden zijn in hun professionele activiteit veelal diepgaand bezig met als regel zeer smalle specialisaties binnen het brede aandachtsgebied van het NERG. De werkvergaderingen en excursies van het NERG bieden hen een unieke kans om het overzicht over al die ontwikkelingen op dit gebied te bewaren, liefst in een direct contact met degenen die daarmee bezig zijn.

Naast de professionele oriëntatie geven de werkvergaderingen bovendien in de pauzes en tijdens de lunches in ruime mate de gelegenheid tot het leggen van zakelijke contacten met sprekers, leden en introducé(e)s en het versterken van persoonlijke banden; een sociaal aspect waaraan de leden groot belang hechten.

HET NERG VAN STRAKS

Het NERG vormt in Nederland een zeer waardevol cultuurgoed, dat wij moeten koesteren. Wat onze leden onderling verbindt, is de wens tot verbreiding van de wetenschappelijke kennis en methoden op het gebied van de elektronica en radiotechniek en hun wens tot bekendheid met de onderzoeksprojecten en resultaten in dit vakgebied. Zij willen dit in saamhorigheid doen. Het is een grote uitdaging deze doelstelling, woekerend met de mogelijkheden van ons genootschap, actueel en op boeiende wijze met elkaar te blijven operationaliseren.
Moge het aan de huidige generatie ingenieurs gegeven worden het NERG volgens zijn beste tradities in een bestendige activiteit naar een succesvolle toekomst te leiden, ten voordele van de beoefening van de elektronica en de telecommunicatie- en informatietechniek door de toekomstige ingenieurs in ons land.